Oudere specialisten maken geen haast met hun pensioen

//Oudere specialisten maken geen haast met hun pensioen

Oudere specialisten maken geen haast met hun pensioen

Hoewel jonge klaren staan te springen om hun baan over te nemen, zijn oudere specialisten er soms nog lang niet aan toe om hun werk neer te leggen. Waarom willen ze blijven werken? En wat vinden ze van de eventueel concurrerende positie die ze innemen ten opzichte van hun jonge collega’s?
Jonge klaren van een aantal specialismen (urologie, cardiologie, chirurgie) hebben grote moeite met het vinden van geschikt werk. De Jonge Orde trok hierover afgelopen zomer aan de bel (hier verwijzing naar artikel Susanne). Aan de kant van de (bijna) gepensioneerde specialisten is een hele andere ontwikkeling gaande. Zij lijken hoe langer hoe later met pensioen te willen gaan. En als ze al met pensioen zijn, dan werken ze er graag nog een paar jaar naast. Zo vertelt voormalig internist Peter Slee (1942, sinds vijf jaar met pensioen) dat hij in zijn ‘oude’ Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein systematisch de dossiers van overleden patiënten controleert op vergissingen en verbeterpunten. Daarover geeft hij de betreffende behandelaars feedback. Slee: ‘Het is een ideale baan voor iemand die met pensioen is, die geen diensten meer wil draaien, maar wél aan het werk wil blijven.’
Joris Meegdes, senior adviseur van het Capaciteitsorgaan, bevestigt dat er sprake is van een trend. ‘Specialisten gaan op latere leeftijd met (pre)pensioen. Eerder lag dat bij ongeveer zestig jaar, maar dat verschuift nu meer richting de 65. Daarnaast blijven specialisten die met pensioen zijn vaker werken in een “bijbaan”. Daar zijn meerdere redenen voor, maar een belangrijke is zeker financieel van aard; ze zijn vaak niet goed voorbereid op de inkomstendaling na hun pensionering. De cijfers over de vertraagde uitstroom nemen we mee in de adviezen over de instroom van specialisten.’
Ook ondernemer Steef van ’t Pad Bosch ziet een groeiende belangstelling van specialisten om na hun pensioen actief te blijven in het artsenvak. Hij richtte in 2009 MedicalWork op, een initiatief dat bemiddelt tussen (bijna) gepensioneerde specialisten die als ZZP-er aan de slag willen en opdrachtgevers zoals ziekenhuizen en het Ministerie van Veiligheid en Justitie (zorg in gevangenissen). Twee jaar geleden hadden zich 65 specialisten bij hem aangemeld, inmiddels zijn het er 350, waarvan er vijftig daadwerkelijk via MedicalWork aan het werk zijn gegaan. Van ’t Pad Bosch noemt meerdere redenen waarom specialisten graag aan het werk blijven: ‘Het zijn gedreven personen die altijd hard hebben gewerkt. Als ze met pensioen gaan, vallen ze in een zwart gat. Maar daarnaast willen ze graag kennis blijven overdragen en bezig zijn met patiënten.’ Net als Meegdes denkt ook Van ’t Pad Bosch dat financiële motieven een grote rol spelen. ‘De pensioenen staan onder druk. Al lopen de specialisten er niet mee te koop; er is er weinig die uit liefdadigheid door zal werken na zijn pensioen.’
Orthopedisch chirurg Willem van der Ham (1948), werkzaam in het Gemini Ziekenhuis in Den Helder geeft ruiterlijk toe dat hij graag tot zijn 67e wil doorwerken mede omdat dat financieel beter uitkomt. ‘In augustus word ik 65 en zou ik moeten stoppen met werken. Maar het levert me op jaarbasis 8000 euro extra pensioen op als ik twee jaar langer doorga. Bovendien hoef ik in die periode geen premie meer te betalen, wat me nog eens 25.000 euro per jaar oplevert. Maar daarnaast voel ik me fit en vitaal, doe ik mijn werk graag én heb ik een hele specifieke deskundigheid waardoor mijn plek niet heel makkelijk gecontinueerd kan worden door een jonge collega. Daar moet in de komende paar jaar iemand voor worden klaargestoomd.’ Óf Van der Ham door kan blijven gaan met werken is allerminst zeker, want hoewel zijn maatschap erachter staat, heeft het ziekenhuis het standpunt ingenomen dat álle specialisten moeten vertrekken als ze 65 zijn. ‘Maar ik ga écht geen afscheid nemen als ik 65 ben.’
Chirurgie is één van de specialismen waar zich op dit moment een zogenoemd stuwmeer van jonge klaren zou vormen die de grootste moeite hebben met het vinden van een geschikte, vaste baan in hun vakgebied. ‘In de orthopedie speelt dat stuwmeer van jonge klaren nog niet zo sterk’, zegt Van der Ham. Op zich is het niet zo dat ik mijn plek niet zou willen afstaan. Maar nog liever wil ik een paar jaar blijven. Ik voel me er niet schuldig over dat ik dan misschien iemand anders in de weg zit.’
MedicalWork beweegt zich volgens Van ’t Pad Bosch vooral op gebieden waar een tekort aan specialisten speelt, zoals ouderengeneeskunde, mdl-geneeskunde en reumatologie. Hij denkt niet dat zijn bedrijf ‘concurreert’ met jonge klaren, maar hij ziet wél dat een aantal jonge klaren met de handen in het haar zit. ‘Hoewel MedicalWork een netwerk is voor gepensioneerden, melden zich steeds meer jonge specialisten bij mij aan met de vraag of ik iets voor ze weet. Ik heb tientallen jonge klaren van populaire specialismen in mijn databestand. Een enkeling heb ik verder kunnen helpen.’
Eén van de klanten van MedicalWork is voormalig chirurg Peter Smits (26-6-1947). Hij ging met zijn 63ste met pensioen, omdat de NAW-diensten hem zwaarder vielen. Geen diensten draaien was onbespreekbaar in zijn maatschap. Sindsdien werkt hij in een onderwijsfunctie van 2,5 dag in het ZGT Almelo. Daarnaast werkt hij zo nu en dan via MedicalWork in een gevangenis waar hij dan een middag verrichtingen doet. Smits: ‘Ik vind het wel een dilemma: de oudere dokter die aan het werk wil blijven tegenover de jonge dokter die moeite heeft met het vinden van een geschikte baan. Ik ben daarom blij dat ik met mijn werk niet het brood uit de mond van een jongere collega stoot. Zolang je niet in dezelfde vijver vist, denk ik dat het wel verantwoord is. Maatschappen moeten er goed over nadenken of ze oudere specialisten in dienst moeten houden. Het is maatschappelijk onaanvaardbaar dat jonge specialisten geen werk op hun niveau kunnen vinden na een kostbare opleiding van minstens twaalf jaar. Maar ik vermoed wel dat het te grote aanbod aan specialisten snel verdwijnt doordat zowel vrouwen als mannen vaker parttime zullen gaan werken.’

Simone Paauw

2017-07-07T09:42:38+00:00